Participatie bij gemeenten is vaak niet een verrijking van de democratie, eerder een verrijking van het beleid. Dat is mijn ervaring, en ik zie dit bevestigd in het promotie-onderzoek door Laurens de Graaf. Hij heeft onderzocht in hoeverre een hogere graad van participatie leidt tot meer draagvlak. Ja, is zijn conclusie, maar er is meer hierop van invloed dan alleen het interactieve proces. In zijn boek Gedragen beleid (2007) beschrijft hij een aantal factoren die het interactieve proces beïnvloedden in drie Utrechtse casussen. De factor macht van deelnemers blijkt heel groot te zijn. Mensen met meer macht krijgen in een project meer invloed; er is een hogere participatiegraad (coproduceren). De gemeente Utrecht betrok bijvoorbeeld de eigenaar en de exploitant van Muziekcentrum Vredenburg heel intensief bij de herontwikkeling. Op zich niks mis mee, vind ik. Hun belangen zijn als direct betrokkenen toch heel groot. Maar hun macht ook, in de vorm van geld, grondbezit, beslismacht. Zonder deze partijen kan de gemeente simpelweg niet verder. En is dat eerlijk ten opzichte van bijvoorbeeld de winkeliers die relatief net zulke grote belangen hebben?

Democratisch kun je dat zeker niet noemen. Mag je het eigenlijk nog wel participatie noemen? Participatie suggereert nog altijd een bepaalde mate van eerlijkheid.

En kun je dit als gemeente eigenlijk anders doen? Een lastig vraagstuk. Ik vind dat gemeenten in ieder geval eerlijk moeten zijn in hun communicatie over dit soort kwesties.

Dit verhaal doet me wel denken aan een interactief traject bij een recente opdrachtgever van mij. Daar werd juist voorzichtig omgesprongen met de mensen die financieel belangen hadden in een (overigens veel kleiner) project. Zij werden doelbewust buiten de klankbordgroep gehouden. Dat werd niet erg gewaardeerd door de bewuste mensen. En eigenlijk wel terecht. Maar hoe voorkom je dat zo iemand relatief te veel invloed heeft?

Het dilemma is duidelijk. Als communicatieadviseur kan ik maar een ding doen, en dat is adviseren om een uitgebreide actorenanalyse te maken, waarin zowel belangen als macht benoemd worden. De gemeente is er om de belangen af te wegen, de relatieve belangen dus! Een ton is voor een winkelier heer veel, voor een projectontwikkelaar peanuts. En er zijn meer winkeliers dan grondeigenaren, maar ook meer bewoners dan winkeliers. En je kunt hier geen wiskundige berekeningen op los laten. Misschien dat je een scoresysteem zou kunnen ontwikkelen.

De belangenafweging zou wat mij betreft prioriteit moeten hebben. En daar schort het denk ik wel eens aan. Vervolgens kun je kijken of de hoeveelheid macht zich verhoudt tot relatieve belang. En dan? Kun je als gemeente ervoor zorgen dat een partij minder macht krijgt?

Ik ben benieuwd naar ervaringen en ideeën hierover.