Werkt de campagne Alcohol krijgt je klein?

01/12/2009 door Fia Sanders

Een interessante campagne zag ik zojuist op internet: www.alcoholkrijgtjeklein.nl. Hij viel me op omdat hij door studenten is gemaakt, voor de doelgroep jongeren. In ieder geval een goede kans dat het aansluit bij de belevingswereld van jongeren. Kijkend naar de filmpjes, corrigeer ik dat maar meteen: studenten.
Maar met mijn kennis op zak van de masterclass die ik nu volg aan de HU bij Bert Pol ben ik toch even benieuwd wat het effect is van deze campagne. Een snelle analyse: drinken en teveel drinken is automatisch gedrag. Automatisch gedrag beïnvloed je niet met kennis en argumenten; en gelukkig, daar wordt hier niet mee geschermd. De filmpjes proberen het automatisme van het gedrag te doorbreken, door een spiegel voor te houden, door de negatieve kant te belichten. En misschien ook wel door een vuistregel te gebruiken: van teveel alcohol word je heel klein.
Maar de vraag is wel of het automatisme op het juiste moment wordt doorbroken. Als ze weer in de kroeg staan is er op dat moment weinig reden om het glaasje te laten staan. Automatisch gedrag wordt niet zomaar gepland gedrag. Dat automatisme moet je dus doorbreken. De filmpjes zouden dat misschien voor elkaar kunnen krijgen. Maar ik vraag me af of de doelgroep (zware drinkers) zich niet gewoon afsluit van het nare filmpje: dit gaat niet over mij. Maar laten we er even vanuit gaan dat het filmpje mensen wel uit hun automatisme haalt. Dan wordt drinken even gepland gedrag. Op dat moment speelt de sociale norm een hele grote rol. Wat vinden de anderen. Is het normaal dat je ijsthee drinkt?
Ik denk dat de campagne juist hier sterk in is, beïnvloeding van de sociale norm. Als de sociale norm positief is dan is de kans namelijk aanzienlijk groter dat iemand zijn gedrag verandert, als het tenminste om gepland gedrag gaat (i.t.t. automatisch gedrag). Ik denk dat de campagne eerder de matige drinker bevestigt in zijn overtuiging dat te veel drinken niet leuk is. Was dat het doel van de campagne???
Ik ben wel benieuwd wat de campagne nog meer inhoudt dan alleen de twee filmpjes.

Betere raads- en collegevoorstellen

25/11/2009 door Fia Sanders

Van oorsprong ben ik taalbeheerser. Ik ben afgestudeerd, niet lachen, op de argumentatieve waarde van de stijlfiguur anticipatio in direct-mailbrieven. Welke argumentatieve waarde die stijlfiguur had, weet ik niet meer zo goed, maar ik beschouw argumentatie nog steeds als mijn vak. Ik gebruik het dagelijks in teksten. De opbouw van teksten bepaalt naar mijn idee de helft van de leesbaarheid van een tekst. Als het niet meer is…

Je kunt je dus voorstellen dat ik erg enthousiast werd toen vakgenoot Bert Ruck zich meldde bij de gemeente Kaag en Braassem. Zijn opdracht was, en is nog steeds, om beleidsmensen daar goede raads- en collegevoorstellen te leren schrijven. Zijn uitgangspunten: je schrijft voor mensen die een beslissing moeten nemen op basis van de informatie die jij ze geeft. Vermoei ze dan ook niet met details die er niet toe doen. Geef aan wat ze moeten beslissen en welke argumenten voor en tegen er zijn. De tegenargumenten weerleg je uiteraard in dat stuk. Daarnaast besteed je onder andere aandacht aan de (wettelijke) kaders waarbinnen je moet blijven en wat de maatschappelijke opbrengst is van de beslissing. En uiteraard moet je ook wat kwijt over de financiën en de communicatie.
De grootste verandering die het nieuwe stramien teweeg brengt is dat beleidsmensen niet meer hun hele denkproces op papier mogen zetten. Dat denkproces is er natuurlijk nog wel. Maar het is de bedoeling in Kaag en Braassem dat je daar de wethouder in meeneemt, mondeling wel te verstaan.
Dus geen schrijftraining, maar een denktraining. En makkelijk is het zeker niet. Maar de kwaliteit van de stukken is de afgelopen maanden omhoog gegaan. Er verschijnen steeds meer voorstellen op twee of drie A4’tjes. Met een duidelijk verhaal.

Het zal de communicatie met de raad en het college aanzienlijk verbeteren, verwacht ik. En hopelijk brengt het ook met zich mee dat de discussies over de juiste zaken gaan, en niet vertroebeld worden door allerlei details. Tenslotte moeten raad en B&W zich met de grote lijnen bezighouden.

Worden nieuwe media steeds asocialer?

10/11/2009 door Fia Sanders

Vandaag weer eens een uurtje gespendeerd aan het lezen van allerlei nieuwsbrieven. Ik kom weer zoveel interessant materiaal tegen, er is gewoon te veel. En ik heb dan ook besloten om me geen zorgen te maken over al die nieuwsbrieven in mijn mailbox die ik niet lees. Ik gooi ze allemaal weg, klaar! En ondertussen kom ik genoeg interessants tegen. De oogst van een uurtje weblezen:

De Amerikanen zijn erg goed in de ‘drie regels voor… ‘ of ‘tien stappen om…’. Eigenlijk word ik al moe als ik zo’n kop lees. Toch opende ik het bericht ‘De 6 sociale mediatrends van 2010’ van David Armano. Deze viel me op:

1. Sociale media worden steeds minder sociaal

Omdat de groepen steeds groter in aantallen wordt en steeds meer leden per groep kent, voorspelt Armano dat ook steeds meer gebruikers zich gaan afschermen voor anderen en voor verschillende media. Het idee dat grote groepen jouw profiel kunnen zien beangstigt velen ook. Daarbij komt nog dat je niet van elke groep of lijst lid kunt worden. Ruis en spam ligt al op de loer.

Ik denk dat we zoveel informatie niet meer aan kunnen. Dus we gaan op zoek naar betrouwbare bronnen. En blijkbaar liggen die vooral bij ‘vrienden’. Bevestiging hiervan zie je in het laatste onderzoek van Nielsen. Daaruit blijkt dat 18% van de mensen (in de VS) zoekt via sociale media. Grotere percentages zoeken nog via portals en zoekmachines, maar niettemin is 18% aanzienlijk.

Moeten we met z’n allen aan de sociale media om gevonden te worden? Maar wee je gebeente als je alleen maar zendt. Zenders, reclamemakers, enz. krijgen weinig kans. Worden ze helemaal buitengesloten? Interessant om eens te kijken hoe die regels werken. Heeft iemand daar al een goed artikel over gevonden?

Het nieuwe werken

03/11/2009 door Fia Sanders

Ik was afgelopen vrijdag bij een bijeenkomst van Greendesk
. Greendesk wil het nieuwe samenwerken stimuleren en faciliteert dat. Wat dat helemaal precies inhoudt is me jammer genoeg niet helemaal helder geworden, maar desondanks een erg leuke bijeenkomst en vooral heel inspirerend. En zo liet Greendesk zien hoe het kan. De workshop of lezing over crowdsourcing liep in het honderd, maar spontaan ontstond er een clubje mensen dat zich bezig hield met de waarden van het nieuwe werken bij Greendesk. Spontaan ook hield ene Rob een interessant verhaal de verschuiving van het oude naar het nieuwe paradigma.

Oud Nieuw
Doel Groei Duurzaamheid
Veiligheid Meetbaarheid Vertrouwen
Resultaat Winst Geluk, meerwaarde
Plaats Markt Community
Actie Concurrentie Samenwerking
Focus Extern Intern

Ik herken dit wel. In mijn eigen werkpraktijk zie je het mondjesmaat gebeuren en het staat uitgebreid beschreven in de boeken die ik recent heb gelezen: Iedereen van Clay Shirky, Generatie Einstein van Boschma en Groen en The Wisdom of the Crowds van James Surowiecki.  Zeker het varen op vertrouwen vind ik zichtbaarder geworden. Zoals een gemeentesecretaris die los laat. Geen controle of iedereen wel genoeg uren werkt, geen prikklok, maar verantwoordelijkheid. Zeg maar wat je gaat doen, zoek zelf maar uit hoe je het doet. Het MT stelt de vraag, de afdelingen voeren het uit en krijgen het vertrouwen dat zij dat met hun expertise prima kunnen.
Je ziet wel dat veel mensen nog wat moeite hebben met dit concept. Gewend als men is aan instructies. Maar het zal gaandeweg veranderen, daar ben ik van overtuigd.
Wat herken je zelf van het nieuwe werken in jouw werkpraktijk?

Uiteindelijk zijn we middelenboer, maar wat voor een?

27/10/2009 door Fia Sanders

Tien interviews met beleidsmedewerkers over communicatie levert leuk materiaal op en veel stof tot nadenken ook. Waartoe zijn wij communicatieadviseurs op aarde? Dat hebben we ze maar eens zelf gevraagd. Meest opvallende uitkomst is de focus op middelen. En hoe kan het ook anders, want is het meest zichtbaar van wat we doen. En ook ik ben van mening: uiteindelijk mondt alle communicatie uit in hoe je het zegt met welke middelen, dus ook middelen ja! We zijn gewoon middelenboer, echt waar. We maken ze, of laten ze maken, toch?

Ha, inderdaad, er ontbreekt nog wel iets wezenlijks, dat vind ik ook! En in onze interviews merkten we dat dat een stuk moeilijker onder woorden te brengen is. We kregen halve of onduidelijke antwoorden op onze vraag wat strategisch is. En op wat mensen van de communicatieadviseur verwachten, werd vooral opgemerkt dat die aan het begin van het proces mee moest doen (dat hebben we er tenminste goed ingeramd).
Maar geen van de geïnterviewden opperde dat de meerwaarde van een communicatieadviseur zit in de onderbouwing van zijn communicatieplan. Waarom is een bepaalde boodschap of middel nou effectief? Voor die onderbouwing heb je kennis nodig.
Communicatie is dus een vak. Maar we hebben zoveel moeite om het te laten zien. We weten als communicatieadviseurs zelf vaak niet hoe we onze communicatiestrategie kunnen onderbouwen. We doen het op gevoel, op basis van vuistregels, zelden gestaafd met harde (wetenschappelijke) feiten van de sociale psychologie, van onze doelgroepen en hun mediagebruik.
Laat staan dat een beleidsmedewerker snapt waar een communicatieadviseur goed in is. Dat ‘ie kan schrijven en een drukwerkje kan laten maken, dat is wel duidelijk. De rest blijft amorf.

De interviews namen wij af ter voorbereiding op het schrijven van ons communicatieboek voor de beleidsmedewerker. Een boek over wat je kunt verwachten van een communicatieadviseur. Indirect is de communicatieadviseur daar ook bij gebaat. En misschien dat we ook iets voor de communicatieadviseur moeten doen: hoe kun je laten zien wat je kunt.
Wij is trouwens Loes Hekkens en ik. En we hopen ‘wij’ nog uit te breiden. Wordt vervolgd.